Onze werkwijze
Een peuterspeelzaal, wat is dat?
De SPMN is een organisatie die kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar in de gemeente Meppel de mogelijkheid biedt te spelen met leeftijdgenootjes.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat het bij het peuterspeelzaalwerk van de SPMN allereerst gaat om de pedagogische begeleiding van de peuter en niet om de opvang van de peuter.
Bij de begeleiding en bij het stimuleren wordt aangesloten op het bij het kind aanwezige ontwikkelingspotentieel.
Daarnaast wil de SPMN tevens een preventieve functie vervullen bij eventuele stagnatie in de ontwikkeling van het jonge kind. De peuterspeelzaal is gezien haar karakter bij uitstek een voorziening waar in een vroeg stadium problemen in de ontwikkeling van het kind ontdekt kunnen worden.
Een peuterspeelzaal is in de gemeente Meppel direct "om de hoek te vinden". Met het oog op de naderende basisschoolleeftijd vinden ouders het vaak belangrijk dat hun peuter in contact komt met buurtgenootjes. De SPMN biedt een gestructureerd programma dat gericht is op ontwikkelingsstimulering en op de overgang naar de basisschool.
Doelstelling
De SPMN stelt zich ten doel om door middel van de houding van de leidsters; de kwaliteit van de begeleiding; de manier van werken; de inrichting van de peuterspeelzalen; de keuze van het speelmateriaal; het aanbod van de activiteiten en de opzet van dagdelen:
Elke peuter, naar eigen tempo, optimale mogelijkheden te bieden tot de ontwikkeling van zijn unieke kwaliteiten.
De SPMN is onafhankelijk van politieke en levensbeschouwelijke opvattingen.
Door middel van het spelen wil de SPMN kinderen de volgende mogelijkheden bieden:
- Ontplooiing en ontwikkeling op individueel niveau.
- Ontmoeting van leeftijdsgenootjes in een kindvriendelijke omgeving.
- Het aangaan van relaties met andere volwassenen dan eigen ouders / verzorgers.
- Functioneren in een groep met leeftijdsgenootjes.
- De overgang naar het basisonderwijs te vergemakkelijken.
In de visie van de SPMN is het spel van een kind gericht op de individuele ontwikkeling van elk kind afzonderlijk.
Daarnaast vindt de SPMN het belangrijk dat de kinderen in de peuterspeelzaal plezier beleven aan de activiteiten en het spelen met leeftijdgenootjes.
De SPMN vindt zowel het contact tussen ouders / verzorgers en leidsters van belang als ontmoetingsmogelijkheden tussen ouders / verzorgers onderling.
Kortom bij de Stichting Peuterspeelzalen gaat het om:
SPELEN
spelen =leren
ONTMOETEN
van leeftijdsgenootjes in veilige omgeving
ONTWIKKELEN
op een speelse manier
SIGNALEREN
van ontwikkelingsproblemen
VOORBEREIDING
op het baisisonderwijs
Een dagdeel op de peuterspeelzaal
Tijdens het halen en brengen wordt er in de meeste peuterspeelzalen in de speelruimte gespeeld. De ene peuter zal bijv. willen fietsen of klimmen.
Een andere peuter wil liever aan tafel een puzzel maken. Dit vrije spel biedt de peuters de mogelijkheid om ieder op zijn eigen manier vertrouwd te raken met de sfeer van de peuterspeelzaal.
Naast het vrije spel is er voor de peuters de mogelijkheid om mee te doen aan een activiteit. Zo'n activiteit kan zijn tekenen, verven, plakken enz. De peuters die beslist niet mee willen doen, hoeven ook niet.
Peuters die keer op keer "nee" zeggen, worden echter wel gestimuleerd om toch mee te doen. De leidster haalt ze erbij, neemt ze op schoot, of helpt de peuter een eindje op weg. De activiteit wordt dan vaak zo aantrekkelijk voor ze, dat ze de verleiding niet kunnen weerstaan.
Na de gezamelijke activiteit gaan de kinderen samen met de leidster(s), in de kring zitten en eten en drinken wat. De namen worden opgenoemd en er wordt gepraat, gezongen en / of muziek gemaakt.
De kinderen spelen met elkaar een spelletje in de kring of de leidster vertelt een verhaaltje. Ook wordt er regelmatig buiten gespeeld.
In de programmering wordt regelmatig aandacht geschonken aan bepaalde thema's al of niet in samenwerking met anderen (bijvoorbeeld de bibliotheek, scholen, etc.).
Voor- en Vroegschoolse Educatie (V.V.E.)
V.V.E. houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan een educatief programma. De doelstelling van V.V.E. is om de ontwikkeling van jonge kinderen zodanig te stimuleren dat hun kansen op een goede schoolloopbaan vergroot wordt.
Uitgangspunten van V.V.E. zijn:
•Voorkomen is beter dan genezen .
•Hoe eerder hoe beter.
De peuterspeelzaal is dan ook een belangrijke partner rondom V.V.E. Binnen de Stichting Peuterspeelzalen Meppel/Nijeveen kennen wij twee V.V.E. peuterspeelzalen, te weten de locaties Peutervreugd en de Kleine Handjes.
Op deze peuterspeelzalen komen alle peuters in principe 3 dagdelen waarvan door ouders / verzorgers 2 dagdelen betaald worden.
Deze peuterspeelzalen werken met de educatieve methode piramide. De methode start op de peuterspeelzaal en loopt door in de kleutergroepen 1 en 2 van de basisscholen in de buurt.
Een methode die bijzonder geschikt is voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
Deze methode kiest voor een brede gestructureerde aanpak. De kinderen weten waar ze aan toe zijn, ze kennen de regels, ze weten dat alle spulletjes in het lokaal een vaste plek hebben. Dat geeft een kind een gevoel van veiligheid en houvast. Door de duidelijke structuur van deze methode komt een kind gemakkelijker tot spel.
De methode richt zich met name op de totale ontwikkeling van het kind.
De betrokkenheid van ouders / verzorgers is daarom heel belangrijk.
Elke dag begint met een spelinloop, het moment waarop de ouders / verzorgers de kinderen brengen. Iedereen wordt persoonlijk door de leidster begroet. De ouders / verzorgers mogen nog even blijven om met hun kind mee te spelen of om samen iets te bekijken.
Ook op andere manieren worden ouders / verzorgers bij piramide betrokken.
Bijvoorbeeld door ze te informeren over de tweewekelijkse thema's middels het driewekelijks "piramidebericht" en ze met hun kind in de groep mee te laten werken.
Om de ontwikkeling van de kinderen goed in kaart te kunnen brengen wordt het observatieinstrument de "kijklijst" gebruikt.
De leidster is zo op grond van haar waarnemingen in staat een kind gericht hulp te bieden.
Bovendien is er de mogelijkheid voor individuele hulp omdat op deze peuterspeelzaal naast de leidster een (tutor)leidster werkt die kinderen die dat nodig hebben extra steun kan bieden.
Intern Begeleider
De SPMN heeft een eigen intern begeleider in dienst. Zij heeft o.a. als taak het adviseren van de leidsters in hun pedagogische relatie met de kinderen.
Daarnaast kan, op verzoek en na toestemming van de ouders / verzorgers, de hulp van de inter begeleider worden ingeroepen wanneer een leidster dan wel de ouders / verzorgers zich zorgen maken over de ontwikkeling van een kind. Leidsters doen verder een beroep op de intern begeleider bij het verwijzen van een peuter naar andere instanties.
Groepsgrootte
In de peuterspeelzaal waar verhoudingsgewijs veel kinderen zitten die om welke reden dan ook wat extra steun nodig hebben bestaat een groep uit 13/14 peuters.
In de overige peuterspeelzalen bestaat een groep uit 15/16 peuters.
Iedere groep wordt op de meeste peuterspeelzalen begeleid door een peuterleidster geassisteerd door een assistent leidster en/of een vrijwilliger en/of stagiaire.
Overdracht naar het basisonderwijs
Bij het stimuleren van een goede, evenwichtige ontwikkeling van peuters gaat het om het uitdagen van de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen, het prikkelen van hun ondernemingslust en het kweken van zelfvertrouwen. Dit alles binnen een veilig sociaal-emotioneel klimaat. Jonge kinderen leren bij uitstek door te spelen. In die zin levert de peuterspeelzaal een bijdrage aan de ontwikkeling van uw kind.Alle kinderen gaan na de peuterspeelzaal naar de basisschool. Veel ouders / verzorgers zien het bezoek van hun kind aan de peuterspeelzaal dan ook in zekere zin als een voorbereiding op het basisonderwijs.Kinderen ontwikkelen zich continu. Ze ontwikkelen zich in een doorgaande lijn. Praktisch alle organisaties voor het basisonderwijs en het peuterspeelzaalwerk in Meppel zijn ervan overtuigd dat het een goede zaak is wanneer zij gezamenlijk voor die doorgaande lijn zorgdragen.
Vanaf september 2005 werkt de SPMN met een observatieformulier namelijk de “Kijklijst voor peuters”. Het observatieformulier wordt tweemaal per peuterperiode ingevuld, met 3 jaar en met 3 jaar en 9 maanden. Dit om een goed zicht op de ontwikkeling van de kinderen te krijgen.
Twee kopieën van het observatieformulier worden bij vertrek naar de basisschool aan de ouders / verzorgers overhandigd en de inhoud wordt als ouders / verzorgers daar belangstelling voor hebben met hen besproken. Ouders / verzorgers hebben recht van inzage. De ouders / verzorgers tekenen het observatieformulier voor akkoord en geven het zelf aan de basisschool waar de kind naar toe gaat.
